Over pizza’s | Kort verhaal

caroline ellerbeck

Ik woonde in Amsterdam samen met één huisgenoot. Later, toen ik het ongeborgen karakter van Amsterdam had verruild voor de knusse inborst van Leiden, had ik er wel zeven. Vier meisjes en drie jongens. Dat is voor een corpshuis behoorlijk knorrig, maar het was er gezellig, en er werd bovendien gekookt. Iets wat wij in Amsterdam zelden deden. Hollandse pot, couscous, rijst met bruine bonen en gehakt, confit de canard en ooit zelfbereide Pekingeend. Op de verloren zondagen, wanneer de meesten pas laat op de avond zouden terugkeren van een weekendbezoek aan hun ouders, aten wij, de thuisblijvers, patat. De typisch Leidse snackbarketen Hendo was dan ons speelterrein.

Patat was in Amsterdam dagelijkse kost. Dat leverde bloedarmoede op en nog meer depressies. Eén keer bestelde mijn huisgenoot pizza. Een Quattro Formaggi die binnen twintig minuten bezorgd zou worden. Vanaf het balkon keken we uit naar het brommertje, die niet kwam. Er stopte wel een gifgroene Datsun 100a voor de hoofdingang van de flat. Een slordig geklede man wurmde zich uit het autootje. Hij had een pizzadoos in z’n hand. ‘Welke pizzabakker heb jij gebeld’ vroeg ik op droge toon. ‘De eerste de beste’ antwoordde mijn huisgenoot, en holde het portiek op om de doos in ontvangst te nemen.

De pizza was niet te vreten. Nadere inspectie wees uit dat we met een van het merk Euroshopper van doen hadden. Ze hadden ‘m wel zelf met kaas belegd. Moet ik het scenario schetsen hoe die pizza van de winkel, via de oven van een of andere thuisbakker aan ons adres is terechtgekomen?

© Gilles de Sitter

illustratie: © Caroline Ellerbeck

Korte metten met letters

Lettertypen

Zorg dat je gelezen wordt

Hoe kies je een letter die bij je past? Of liever, bij de lezer die je voor ogen hebt? Want je boodschap verliest aan kracht, wanneer het lettertype kant noch wal raakt.

Verzuim aandacht te besteden aan letters en opmaak, en je loopt het risico dat:

  1. De tekst onaantrekkelijk gevonden wordt
  2. Überhaupt niemand leest
  3. Je lezer struikelt

Font, lettertype of lettergroep?

Variant, familie of verzameling? Duitsers, Belgen of Nederlanders? Nichten, neven of tantes?

Een lettergroep is een verzameling lettertypes die gelijkenissen vertonen.

Een lettertype is de familie Helvetica. Of de familie Times New Roman.

Fonts zijn alle verschijningsvormen binnen de familie. Dik, dun en scheef. Dik of dun en scheef. Of heel gewoon.

Regular, Italic, Bold en Bold Italic.

En dan gaat het los

Van Old Face Venetians tot Frakturen en alles daartussen. Classificaties genoemd. In het boek Letterfontijn worden die in woorden toegelicht. Je ziet het niet, maar leest het wel.

Welke familie leest als een trein?

De zin die je nu leest. Dat ligt een beetje aan de zin – want kort -  en aan de letter (geen idee welke het is). Was deze zin geschreven in Berthold Script dan haalde een slak je in.

Ga ook naar:

© Gilles de Sitter

illustratie: © Caroline Ellerbeck

*************************************************************

JAZZ INTERNATIONAL ROTTERDAM, CONCERT- EN CONGRESGEBOUW DE DOELEN, HET NEDERLANDS THEATER FESTIVAL HUURDEN MIJ IN ALS TEKSTSCHRIJVER OF MARKETEER. BEKIJK WAT IK VOOR JOUW ORGANISATIE KAN BETEKENEN:
http://theatermarketing.wordpress.com/about/

*************************************************************

De interne klok en Nieuwjaar

illustratie Caroline Ellerbeck

Elke dag breng ik mijn kinderen naar school. Het ochtendritueel dat daaraan vooraf gaat is er niet een om over naar huis te schrijven. Dat gaat ongeveer zo; ‘Jezus, het is al acht uur.’ Ik klim uit bed, ruk de dekens van de kinderen en ren naar beneden om thee te zetten. Staat het water op, dan loop ik naar boven om te helpen zoeken naar een paar sokken met een match.

‘Aankleden!’ en ‘Geef acht!’, en zo krijgt elk kind een hoopje verse kleren voor de voeten geworpen. Klaaggezang of protestliederen hoor ik als een scheepshoorn in de mist. De kleuter kan het tempo niet bijbenen en barst in huilen uit. Haar oudere broer – maak om de vier jaar een kind, stop bij nummer drie en geniet lang van de geneugten die het hebben van kinderen je brengen (en samenspelen doen ze echt wel) -  is in het grote bed gekropen. Daar ligt ook de baby als Maggie Simpson de anarchie in zich op te nemen. Naast haar verschanst mijn vrouw zich als een eekhoorntje in winterslaap. Zij mag later het bed uitkomen, want is veel sneller dan de rest. Haar woorden. Het lijkt wel het huishouden van Jan Steen.

Zo gaat het sinds de wintertijd is ingegaan. En ik weet dat ons gezinnetje niet het enige is met ritueeltjes. Het leefritme van veel mensen uit mijn omgeving ontdekte ik op de fiets, op weg naar de school van mijn kinderen. Iedere ochtend dezelfde mensen, dezelfde ordelijkheid, dezelfde chaos. Een verslag van minuut tot minuut:

8.17 uur. We stappen op en komen de buurman tegen die zijn motorfiets van stal haalt. Gaat naar zijn werk, denk ik. Shaggie in de mondhoek. Môge.

8.19 uur. Het Indische vrouwtje brengt haar kinderen naar school. Lekker in de buurt. Onze kinderen moesten zo nodig naar een Jenaplanschool. Daar moet je een fietstocht van vier kilometer voor over hebben. Twijfel.

8.22 uur. Er staat een mevrouw in de 50-meter-file. Voor deze rotonde is het altijd raak. Ben er nog niet zeker van, maar volgens mij heeft ze haar pyjama aan. Gisteren in ieder geval wel, maar nu draagt ze er een jas overheen. Achterin zit een kind. Ze rijdt in de auto die ik ook wil hebben; een Mercedes Benz 230 TE. Op sommige dagen zit er een man met zesdagenbaard naast haar.

8.23 uur. Onder het treinviaduct komen we twee meisjes tegen. Wij fietsen twee dik – want de jongste moet geduwd – zij ook. Slingerend en tegen het verkeer in. We kruisen elkaar en ik wijs naar het fietspad aan de overkant. ‘Zeikerd’, moeten ze denken. En ze hebben gelijk. Morgen weer. Ik kan het hebben. Moeders die op hun bakfiets in tegengestelde richting komen aanwaaien zijn anders. Die kan ik niet hebben. Met een karavaan klojo’s in ‘t kielzog fietsen ze je met bibberend stuur tegemoet. Tegen het uiterste randje links, weten ze hun vehikel nog net in balans te houden. Ik maak me opzettelijk extra breed en grom bij de passage. Ze grommen nooit terug. Vraag me niet waarom. Ik zou terug grommen, want fiets vaak tegen het verkeer in, als het zo uitkomt.

8.26 uur. We komen langs het huis op de hoek. Daar woont een stel met personeel. Het is een groot huis, met grote tuin (voor stadse begrippen dan, hè. Voor niet-stadse begrippen is het een postzegel). Het stel besloot dat personeel hun goed zou staat. Het is lachwekkend. De voortuin staat volgepakt met auto’s; twee keer Mercedes-Benz en eenmaal Saab. Dat noem ik nog eens een oprit. Het is geen gezicht. Ze worden iedere week gewassen, die auto’s. Zomers iedere dag.

8.27 uur. Zelfde straat, iets verderop. De meneer met golvend zwart haar staat de ruiten van zijn stationair draaiende auto droog te vegen (weer Mercedes Benz.). Zijn kinderen wachten geduldig op de achterbank. Wat een routine.

8.28 uur. Bij het stoplicht hopen de schoolfietsers zich op. Onderweg inhalen heeft geen zin, mocht je eerder op school willen zijn dan de rest. Wie wil dat nou? Je komt ze vroeg of laat tegen bij het stoplicht.

8.30 uur. Het park is in zicht. Er moet een keuze gemaakt worden. Fietsen we door het park, of nemen we het fietspad? We fietsen mee met de overbuurvrouw. Die kwamen we tegen bij het stoplicht (en zij vertrok zeker drie minuten eerder). Dat kon vorig jaar nog niet, het meefietsen. Het kind gaat pas net naar school. ‘Ga jij hierin?’ ‘Nee, ik ga rechtdoor.’ Gezellig.

8.34 uur. School in zicht!

Mensen leven met de klok. Een interne klok. En die doet het prima. Maar in 2012 zet ik ‘m een uurtje vooruit. En jij?

Gelukkig Nieuwjaar en een fijne kerst!

© Gilles de Sitter

Prijs heeft niet altijd met vraag en aanbod te maken

Hoe komen ticketprijzen van voorstellingen tot stand? Het is een lastige vraag, en eerlijk gezegd ben ik nog niemand tegengekomen die het mij kan uitleggen.

Vergelijken

Entreeprijzen bepalen vanuit het niets is lastig. Het lijkt erop dat programmeurs afgaan op referentie. Stel dat mij wordt gevraagd een prijsadvies uit te brengen, dan duik ik ook het internet op om prijzen met elkaar te vergelijken. Ze zijn coherent.

Dan de consument. Theaterbezoekers zijn gewend om € 44,- te betalen voor een opera. Of  € 22,- voor een theaterstuk. Verhoog je de pijs met vijftig procent, dan kun je afkeurende blikken verwachten bij de kassa.

Gansjes

Uit de onderzoeken van de Amerikaan Dan Ariely is gebleken dat consumenten net gansjes zijn. Ze hechten zich aan wat ze als eerste zien. Consumenten hechten zich aan een prijs, wanneer ze overwegen tot een koop over te gaan. De prijs wordt het anker, in de gedragseconomie ook wel ‘anchor’ genoemd.

Het lijkt er dus op dat het niet de bereidheid van de consument tot betalen is die de marktprijs beïnvloed, maar dat het juist de marktprijs is die invloed heeft op de bereidheid van de consument om te betalen. – Dan Ariely

Reset

Maar dat anker kan bij mensen opnieuw gezet worden. Een mooi voorbeeld is stijgende benzineprijzen. Vergelijk ‘t met de BTW-verhogingen binnen de culturele sector. Stel de overheid besluit de belasting te verhogen. Dan zou volgens de conventionele economie de vraag af moeten nemen. En ja, dat is waar. Op korte termijn. Mensen refereren nu eenmaal aan hun anker. Maar mensen wennen aan de prijsverhoging. Op lange termijn zou de afname dus makkelijk op het oude niveau terug kunnen komen.

Laat prijsveranderingen vergezeld gaan van andere veranderingen. Dan worden ze snel geaccepteerd, aldus Ariely. Entreekaartjes duurder? Doe wat aan je horeca-aanbod, introduceer een champagnebar, verbouw de boel of deel gratis programmaboekjes uit.

Meer onderzoek

Wil je meer weten over Dan Ariely en zijn boeken? Breng dan een bezoekje aan het blog van Dan Ariely, fiets naar de bibliotheek, of klik op onderstaande links en bestel zijn boeken online.

© Gilles de Sitter 

‘Laat paniek de strategie niet overstijgen’

Jeroen Oosterbaan Martinius en zijn onderzoeksteam

Jeroen Oosterbaan Martinius over marketing en onderzoek in de cultuursector

Veel theatermarketeers staren zich blind op het slijten van hun voorstellingen aan het publiek. Volgens onderzoeker en marketingdeskundige Jeroen Oosterbaan Martinius (29) verkoop je daar nauwelijks extra kaarten mee. ‘Laat die theatergezelschappen onderling maar concurreren. Theaters moeten zich concentreren op service en loyale klanten’.

Vijf jaar geleden richtte Jeroen Oosterbaan Martinius zijn onderzoeksbureau Oculon op. Met slechts een jaar werkervaring opzak en een titel in de Algemene Cultuurwetenschappen begon hij aan een nieuwe stap in zijn carrière als cultuurmarketeer en –onderzoeker . ‘Ik had het gevoel dat er zoveel data beschikbaar was waar niets mee gedaan werd, dat werkte frustrerend’ vertelt Jeroen in zijn nieuwe Amsterdamse kantoor, dat net de dag voor mijn komst geopend werd. ‘Het was een gezellig feestje gisteren. Zeg maar wat je wilt drinken.’

Marketing is meer dan een voorstelling pluggen in een tijdschrift of dagblad. Jeroen kent, net als veel marketeers binnen de culturele sector, het gevoel geen grip meer te hebben op de oneindige stroom werk. ‘Daarom is een strategie zo belangrijk. Je stelt doelen, je maakt keuzes en je herkent op den duur patronen. Dan wordt het vak pas echt leuk en interessant.’ We bespreken enkele facetten van sterke cultuurmarketing.

1) Versterk de samenwerking tussen programmeur en marketeer

‘De marketeer vormt samen met de programmeur het Gouden Duo. Het is belangrijk dat zij elkaar uitdagen en inzichten verschaffen. Laat ze maar sparren en kijken wie er gelijk krijgt.’

2) Leer voorspellingen maken

‘Cijfers, feiten en patronen. Als de programmeur een bepaalde voorstelling op dinsdag wilt programmeren, dan zou de marketeer hem daarin moeten kunnen adviseren dat wel of niet te doen. Dat kan alleen als je betrouwbare data hebt verzameld. Een excelsheet helpt. Daarin neem je het type voorstelling op, speciale marketingacties, het type bezoeker (bijvoorbeeld studenten) en een opmerkingenveld waarin je specifieke gebeurtenissen noteert. Hoe meer data je hebt, hoe beter je kunt zien hoe kansrijk een voorstelling is. En dan laat je je paniek- of onderbuikgevoelens wel voor wat ze zijn.’

3) Maak het je publiek makkelijk

‘Keuzestress is een killer. Dus geef het publiek niet te veel om uit te kiezen. Zeker nieuw publiek vindt een foldertje met drie voorstellingen prima. Dat heb ik eens onderzocht voor de Stadsschouwburg en de Toneelschuur in Haarlem. De marketingafdeling van die theaters hadden het idee opgevat om bekende theaterproducties te koppelen aan wat onbekender werk. Onder de titel ‘Dubbelspel’ werden er in totaal drie combinaties aangeboden. En je raadt het al; dat werkte als een trein. Door het grote succes besloten de theaters de actie uit te breiden. Geen drie combinaties, maar zeven. Weg effect, en minder kaartverkoop. Onderzoek druist nu eenmaal vaak tegen het gezonde verstand in. En uit mijn onderzoek bleek dat veel aanbod tot keuzestress leidt, hoe graag je dat ook zou willen weerleggen.’

4) Leg je publiek in de watten

‘Een relatief klein percentage van je bezoekers brengt relatief veel geld in het laatje. Denk aan de 80/20 regel. De hele discussie over wel of geen seizoensbrochure eindigt voor mij hier. Deze loyale bezoekers verdienen een brochure. En ze willen een brochure en dus krijgen ze er een. Loyaal gedrag beloon je met service. Maar zoals ik al eerder schreef in mijn blog over dit onderwerp; leg iedere bezoeker in de watten. Bied ze een gratis drankje aan na de voorstelling.’

5) Zie het theater als een supermarkt

‘Theaters hebben de neiging om voor iedere voorstelling een niche te zoeken. Volgens mij is dat een misvatting. Net als in een supermarkt, waar de potten pindakaas in het schap elkaar beconcurreren, zouden gezelschappen de concurrentiepositie moeten innemen in het schap van het theater. Het theater heeft een totaalaanbod, staat achter de hele programmering en zet dat als geheel op de kaart. Laat de gezelschappen dan maar om aandacht vechten.’

We leven in een opwindende tijd. Er is veel data beschikbaar, vaak al binnen enkele seconden na de lancering van een nieuwe campagne. Goede analyses in combinatie met de ijzeren marketingwetten kunnen je veel inzichten geven in het gedrag van bezoekers.

Meer leuke artikelen over marketing en onderzoek vind je op de blog van Jeroen.

© Gilles de Sitter

Snuffelstage I Kort verhaal

Mijn God, dacht ik, gelukkig zit ik veilig op de fiets en kan ik altijd mijn benen nog optrekken terwijl ik voort blijf gaan, als hij wilt bijten. Uit respect voor mijzelf reed ik met een boog om de hond heen. Het was een grote witte met zwarte vlekken en hangwangen (even opzoeken met welk ras we vandoen hebben). Achter mij, ook op de fiets, mijn zoontje van zeven. Die had de hond nog niet in de smiezen. Hij kijkt uit gewoonte achterom wanneer hij op de fiets zit. Alles is interessanter dan de weg voor hem. Dit keer los ik geen waarschuwingsschot, zeg dus niets en laat hem zijn ontmoeting met de bullebak zelf afhandelen. Ik houd mijn adem in en fiets stoïcijns door. ‘Wat een goor beest!’ hoor ik hem zeggen. Dikke grijns op mijn gezicht. We fietsen samen verder. ‘Pap, ik denk niet dat die mevrouw die hond wilt hebben.’ Verbaasd kijk ik mijn zoontje aan. ‘Hoe bedoel je?’ vraag ik. ‘Nou, die hond is op snuffelstage. En nu loopt hij stage bij die mevrouw. Ik denk niet dat ze hem neemt.’

© Gilles de Sitter

Vertel me wat ik moet doen!

Nieuwsbrieven uit de culturele sector geanalyseerd

Ik bestudeerde deze week een aantal nieuwsbrieven en emailings. Ik lette niet op de inhoud, maar op de schrijfwijze van hyperlinks en de aanwezigheid van feedback-stimuli.

Conclusie: theaters vergeten vaak hun publiek tot actie te manen.

Feedback-stimulus

Welke taak wil je dat je lezer online voltooid?

Verleid je lezer en plaats een feedback-stimulus onderaan het bericht.

  • Koop kaarten
  • Doe mee!
  • Word abonnee!

Laat je lezer nooit onderaan een pagina bungelen.

Schrijf niet klik hier

Schrijf jij vaak klik hier? Er is een aantal redenen waarom je dit beter niet kunt doen:

  1. Klik hier benadrukt de handeling, niet het resultaat.
  2. Wanneer je het woord klik hier gebruikt, moet je alsnog uitleggen wat het gevolg is als je klikt. Dat levert vaak een lange zin op.

Voorbeeld 1: Klik hier om je gegevens te wijzigen.

→ Beter is: Wijzig gegevens.

Voorbeeld 2: Klik hier voor een overzicht van alle voorstellingen.

→ Beter is: Alle voorstellingen.

Korte links klikken lekker

Korte links vallen meer op. En dat is precies wat je wilt wanneer je schrijft voor het web. Kort, krachtig en snel. Webbezoekers zijn ongeduldige monsters.

Voorbeelden & tips

Veel nieuwsbrieven laten de lezer alleen achter. Zo van: ‘zoek het verder zelf maar uit.’

Emailing van de Rotterdampas:

  • Geen duidelijk feedback-stimulus.
  • Het woord ‘Gratis’ impliceert geen actie en de gele sticker is geen conventionele button.

Emailing Classic FM:

  • Duidelijke feedback-stimulus.
  • Door de woorden ‘Doe mee’ weet de lezer direct dat het gaat om een prijsvraag.

Nieuwsbrief/ Email-uitnodiging van Isala Theater:

  • Geen feedback-stimulus. Jammer, want wanneer je Open Huis houdt, wil je dat iedereen vertellen.
    Suggestie: Nodig een vriend uit >>.

Nieuwsbrief van Theater De Veste:

  • Intro-tekst staat vol met klik hier-hyperlinks.
    Suggestie: Zet de hyperlinks in een opsomming →
    Bekijk het TV-optreden
    Bekijk alle popconcerten

Festivalnieuwsbrief Gergiev Festival:

De dagelijkse festival-updates van het Gergiev Festival zijn super goed. Toch is het verstandig om hier je lezer op te roepen tot actie: Koop laatste kaarten >>

Nieuwsbrief Rotterdamse Schouwburg:

  • Duidelijke feedback-stimulus. Zelfs twee. Jammer dat de knop ‘Kaarten’ niet direct naar de online-kassa verwijst, maar naar dezelfde pagina als ‘Meer info’.

Meer voorbeelden?

Ken jij een goede nieuwsbrief die informeert en verkoopt? Laat een linkje achter!

© Gilles de Sitter

Kassamedewerkers opgelet! Theatermarketeers hebben jullie nodig!

Veel theaters zien hun kassa als… de kassa. Een plek waar producten worden gescand en het handje wordt opgehouden. Maar de kassa is een van de belangrijkste onderdelen van de marketing afdeling.

Verkopen is niet verkopen

Wij houden er niet van als ons iets verkocht wordt. Maar kopen, dat vinden we leuk. En dat doen we maar wat graag van een persoon! Het liefst van iemand die we aardig vinden en vertrouwen.

Loopt er iemand binnen die graag naar de opera wil, dan ben jij het die het kaartje verkoopt. En weet hij niet wat te kiezen, dan ben jij zijn rots in de branding.

Mensen willen kopen. Jij – de kassamedewerker -  geeft goedkeuring. Verkoop niets waar geen behoefte aan is en vertel geen halve waarheden.

Kijk, mijnheer Jansen komt speciaal naar het Orkest van de Achttiende Eeuw omdat Frans Brüggen dirigeert. Dan laat jij als kassa-medewerker dit bericht niet achterwege. Vertel je hem daarna een enthousiast verhaal over de plaatsvervangend dirigent en je eigen ervaringen met het orkest, chapeau!Het is een kwestie van bezwaren de wereld uit helpen.

Je bewijst een autoriteit te zijn en je bent eerlijk. Je weet waar je over spreekt.

Paternalisme

Toen ik als kassamedewerker begon in deze business, wist ik niets van theater. Het is een wonder dat ik ooit binnen gekomen ben. Maar ik leerde snel. Ik bezocht voorstellingen en sprak al snel met meer gemak bezoekers aan. Kijk, voorstellingen uit  De Internationale Keuze hebben nu eenmaal meer uitleg nodig dan een show van Youp. Klinkt dat denigrerend? Dan ben ik gezakt. De kunst is juist om geen ingewijde te worden. Want een opgeheven vingertje, dat willen klanten niet.

Hoe het wel moet

Hieronder vind je een aantal manieren hoe je van passanten theaterbezoekers maakt:

  • Integriteit – je komt van goede huize. Je weet wat er speelt en kent je pappenheimers.
  • Geloofwaardigheid – je geeft specifieke en geloofwaardige informatie, waarmee je aarzelende bezoekers over de streep trekt.
  • Social Proof – een volle zaal verkoopt makkelijker dan een halfvolle zaal. ‘We hebben nog diplomaten-plaatsen vrij. Die kunt u wel nemen. De burgemeester komt vanavond niet.’
  • Vertrouwen – bouw een band op met bezoekers. Als ze iets nieuws willen proberen – dit keer een opera, want we gaan altijd al naar toneel – zullen ze sneller beslissen omdat ze jou kennen.
  • Betrokkenheid – de interactie tussen twee mensen.

Dit zijn enkele psychologische fundamenten waarmee je  vertrouwen kunt winnen. En zo zijn er tal van andere factoren die wonderen verrichten om ‘conversies’ te verhogen.

Lees ook:

© Gilles de Sitter

Help! Er ligt een bulldog op de mat.

Emotional labor is difficult and easy to avoid. – Seth Godin

Soms krijg je een blogonderwerp zo in je schoot geworpen. Vaker lever je de strijd tegen het idee ‘dan maar geen blogpost deze week.’ H.J.A. Hofland heeft er mede de P.C. Hooft-prijs aan te danken: consistentie.

In marketing is consistentie een van de voornaamste factoren waarom iets slaagt, of niet. Daarom is het niet slim om je toch al krappe marketingbudget uit te geven aan slechts één enkele, veel te dure advertentie in een landelijk dagblad. Een serie aan marketinguitingen spreekt meer tot de verbeelding. Daarmee geef je twee signalen af:

  1. Er is nagedacht over een strategie. Alles klopt.
  2. Er is niet uit paniek gehandeld. (Een samenhangende campagne timmer je niet een-twee-drie in elkaar.)

Samengevat in voorbeelden ziet dat er zo uit:

  • Stuur je een nieuwsbrief iedere laatste zondag van de maand, dan stuur je die nieuwsbrief iedere laatste zondag van de maand.
  • Wapper je met voorstelling X in de stad, dan hang je diezelfde vlag ook uit op je homepage.
  • Beloof je je nieuwsbrieflezers bij aanmelding iedere week een exclusief interview? Zie daar, iedere week een exclusief interview.

Maar, dat kan niet, mijmer je. Imperfectie ligt op de loer!

Is dat waar je bang voor bent?

De deadline, die telt. Kijk! Daar ligt ie te wachten, als een kwijlende bulldog op de mat. En jij moet er langs om de trein te halen.

© Gilles de Sitter

Lees ook:

5 vergeten marketing-trucs (die ook werken binnen de culturele sector)

Zijn Social Media dood?

Nog niet. Maar het onderzoek dat Gartner hield onder 6295 respondenten uit elf ontwikkelings- en ontwikkelde landen laat wel zien dat de markt volwassen begint te worden en dat innovatie broodnodig is.

En ja, ook ik ben immuun geworden voor uitnodigingen voor evenementen uit mijn sociale online kringen. Het zijn er te veel en vaak weinig relevant. Bovendien heb ik geen tijd om in te gaan op al die spam. Ik bezoek niet heel vaak een voorstelling, als je het echt wilt weten.

Nog geen vijf jaar geleden werd mijn deurmat wekelijks volgeplemt met stapels voorstellingsflyers. De gedachte moet zijn geweest: gooi maar over de schutting, nu weten ze wat er speelt.

Ja, dag. Zo werkt het niet. Wanneer je niet bereid bent om in contact te treden met je publiek, krijg je het ook niet van ze terug. Simple as that. Gelukkig begint dat besef door te dringen bij het podiumkunsten-marketing-gepeupel (wees niet boos, ik heb het over mezelf).

Doe iets anders

Met alle online uitnodigingen, twitter-gehijg, duimpje-omhoog-beleid en andere ‘online strategieën’ moet het maar afgelopen zijn. Ik bedoel, ga gerust door, maar verzin ook wat nieuws. Of doe een greep uit de oude trukendoos.

Schrijf je bezoekers weer eens een brief!

Ik krijg zelden nog post, behalve maandladders (nog steeds een uitstekend idee).

Wanneer je denkt een Direct Mail campagne te lanceren, denk dan ook aan de volgende verkooptips:

1. Koester een winnaar
Je hebt altijd mailings die veel kaarten opleverden. Bewaar die mailings goed en gebruik ze opnieuw, net zolang totdat ze uitgewerkt zijn.

2. Wed nooit op één paard
Je kunt een voorstelling niet uitverkopen op een enkele advertentie. Maak verschillende advertenties, schrijf verschillende brieven en let op welke uitgingen de meeste response opleveren.

3. Zet een traject uit voor je klanten
Volg die persoon. Stuur je hem een direct mail waarin je hem een voorstelling verkoopt en hapt hij niet, stuur die brief dan nog eens. Dit keer met een rode stempel op de enveloppe ‘Tweede kans’. Heb je beet? Bedenk dan wat je hem aanbiedt in de brief die je ‘m nu toezendt.

4. Leg uit waarom je een aanbieding doet
Er worden zoveel kortingen gegeven op voorstellingen, dat je er huiverig van wordt. Je kunt best vertellen dat de voorstelling niet zo best loopt.

5. Celebrity
Een uitstekende manier om je brief geloofwaardig te maken is om een beroemdheid  je voorstelling te laten introduceren. Gedver, moet dat echt? Nee, natuurlijk niet.

Maar als je dat doet, vertel me dan het resultaat. Ben benieuwd :-)

© Gilles de Sitter

Bekijk ook:

Volgende pagina »



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 34 other followers